Karakterontwikkeling:
- In plaats van te zeggen dat een personage aardig is, kun je hem laten zien dat hij anderen helpt of vriendelijke daden verricht.
Stemming en sfeer:
- In plaats van de sfeer van een scène te vertellen, gebruik je verlichting, muziek en visuele elementen om de gewenste sfeer te creëren.
Tijdverloop:
- In plaats van te zeggen dat de tijd is verstreken, gebruik je visuele aanwijzingen zoals veranderende seizoenen, ouder wordende karakters of flashbacks.
Emoties:
- In plaats van te zeggen dat een personage verdrietig is, kun je hem laten huilen, zijn tranen wegvegen of zich terugtrekken uit sociale interacties.
Instelling:
- In plaats van de setting te beschrijven door middel van gesproken tekst, kun je deze visueel vastleggen door middel van shots, groothoekbeelden en relevante details.
Conflict en spanning:
- In plaats van het conflict mondeling uit te leggen, creëer je visuele representaties van tegengestelde krachten of laat je de spanning escaleren door middel van spannende scènes.
Relaties:
- In plaats van te zeggen dat personages dichtbij elkaar staan, kun je hun interacties, gedeelde momenten en emotionele connecties laten zien.
Plotpunten:
- In plaats van de belangrijkste plotpunten bloot te leggen, kun je ze visueel onthullen via de acties, reacties en ontdekkingen van de personages.
Acties en gevolgen:
- In plaats van de gevolgen van een actie uit te leggen, laat je de directe impact zien die deze heeft op de personages en hun omgeving.
Karaktereigenschappen:
- In plaats van de persoonlijkheid van een personage te beschrijven, kun je hem laten zien dat hij keuzes maakt, op situaties reageert en met anderen omgaat.
Door gebruik te maken van de ‘show, don’t tell’-techniek kunnen filmmakers boeiendere en meeslependere verhalen creëren, waardoor het publiek het verhaal visueel en emotioneel kan ervaren in plaats van dat hen wordt verteld wat er gebeurt. Het stimuleert een diepere verbinding met de personages en de wereld waarin ze leven.